Lees hier meer over de bijzonder veelzijdige techniek van emaille

Emaille geeft sieraden kleur met glas. Geen edelsteen maar een laagje glas springt hier in het oog. Het is geen verf of lak, maar fijngemalen glas dat op metaal wordt aangebracht en door verhitting met het oppervlak versmelt. Na het bakken vormt het een harde, gladde laag. De kleur zit dus in het glas zelf en wordt tijdens het maakproces onderdeel van het sieraad.

Voor de maker begint het werk met een metalen ondergrond, meestal goud, zilver of koper. Het oppervlak wordt voorbereid, waarna het emaille poeder op de gewenste plek wordt aangebracht. Dat kan rechtstreeks op het metaal, maar vaak houdt een rand, draad of verdiept vlak het poeder op zijn plaats. Tijdens het bakken smelt het glas. Na afkoeling is de laag vast geworden. Afhankelijk van het ontwerp kunnen verschillende kleuren en lagen na elkaar worden aangebracht en gebakken.

De temperatuur en de duur van het bakken moeten goed worden beheerst. Het glas moet genoeg smelten om zich aan het metaal te hechten, maar het ontwerp mag daarbij niet beschadigen. Ook kunnen verschillende kleurenpoeders anders reageren tijdens het bakken. Emaille vraagt daarom om geduld en precisie: het eindresultaat hangt af van de voorbereiding, de metalen ondergrond en de manier van stoken.

Verschillende manieren om email aan te brengen

Bij cloisonné worden dunne metalen draadjes op het oppervlak van het sieraad bevestigd. De draadjes vormen kleine vakjes die met emaille poeder worden gevuld. Na het bakken blijven de metalen lijnen zichtbaar. Ze verdelen de kleuren en vormen tegelijk een belangrijk onderdeel van het ontwerp.

Bij champlevé worden de vakjes niet opgebouwd met draad, maar juist uit het metaal gesneden of gegraveerd. Het emaille poeder wordt in de verdiepingen gelegd. Na het bakken ligt de kleur lager dan de omliggende metalen delen. Het metaal vormt zo de tekening rondom de gekleurde vlakken. 

Bij emaille schilderen werkt het glas meer als schilderen met verf. Fijngemalen glas en kleurstoffen worden met een vloeibaar bindmiddel tot een pasta gemengd. Met een fijn penseel of een naald brengt de maker die in dunne lagen aan op een metalen ondergrond. Na het aanbrengen van een kleur wordt het werk gebakken, zodat het glas smelt en zich aan het oppervlak hecht. Daarna kunnen nieuwe kleuren en details worden toegevoegd. Iedere bakgang vraagt om zorgvuldige controle: de verschillende kleuren moeten op de juiste temperatuur smelten en het metaal mag niet vervormen. Met deze techniek konden emailleurs kleine bloemen, figuren en zelfs portretten schilderen. Vanaf de zeventiende eeuw werden zulke miniatuurportretten bijvoorbeeld op horlogekastjes gemaakt en later in medaillons gedragen. Een bekende variant is grisaille: een schildering in grijstinten, opgebouwd op een donkere ondergrond

Een andere techniek is basse-taille. Daarbij wordt eerst een patroon in het metaal aangebracht, bijvoorbeeld door graveren of stempelen. Vervolgens komt er een laag transparant email overheen. Omdat het reliëf door het glas zichtbaar blijft, krijgt de kleur meer diepte: op verschillende hoogtes kan het licht anders door het email vallen.

Bij guilloché wordt het metaal machinaal met een fijn, herhalend patroon bewerkt. Daaroverheen komt transparant email. Het patroon blijft zichtbaar onder de glaslaag en geeft het oppervlak een regelmatige structuur. Deze techniek is onder meer bekend van voorwerpen uit de werkplaats van Fabergé. 

Bij plique-à-jour zijn de vakjes na het bakken open aan de achterkant. Het email wordt dus niet gedragen door een metalen plaat. Licht kan door de gekleurde vlakken heen schijnen, zoals bij glas-in-lood. Om het email tijdens het maken op zijn plaats te houden, kan tijdelijk een steun worden gebruikt; die wordt later verwijderd. Het eindresultaat vraagt om zeer precies werk, omdat het email zonder achterplaat kwetsbaarder is. 

 

Een techniek met een lange geschiedenis

Email wordt al duizenden jaren op sieraden en andere voorwerpen gebruikt. De techniek kwam voor in verschillende perioden en gebieden, onder meer in de Griekse en Byzantijnse wereld. Ook in de negentiende en twintigste eeuw werd email opnieuw veel toegepast. Kunstenaars en ontwerpers gebruikten het om kleur en patronen toe te voegen die niet eenvoudig met edelstenen te maken zijn. 

De verschillende technieken zijn soms aan de voorkant van een sieraad goed te herkennen. Zichtbare metalen lijntjes kunnen wijzen op cloisonné; kleur in uitgesneden vakken op champlevé. Transparante emailvlakken laten zien hoe plique-à-jour met licht werkt. Zo vertelt het oppervlak niet alleen iets over de kleur, maar ook over de manier waarop het sieraad is gemaakt. Email is glas, maar op een sieraad is het ook het resultaat van zorgvuldig metaalwerk, gecontroleerd bakken en veel handwerk.