Sommige edelstenen lijken bijna levend te zijn wanneer er licht op valt. Opaal is daar misschien wel het mooiste en duidelijkste voorbeeld van. Met zijn steeds veranderende kleuren, die van rood en oranje naar groen, blauw en paars kunnen verschuiven, heeft deze steen mensen al eeuwenlang gefascineerd. Achter deze bijzondere uitstraling schuilt een opmerkelijk en lang verhaal. De vorming van opaal, de zeldzaamheid van bepaalde kleuren en de vele legendes die rondom de steen zijn ontstaan, maken opaal tot een van de meest intrigerende edelstenen uit de geschiedenis.


Opaal is een edelsteen die vooral bekend is om zijn veelkleurige schittering. De steen bestaat uit microscopisch kleine bolletjes silica (siliciumdioxide) die in een regelmatige structuur gerangschikt zijn, met water dat zich tussen deze bolletjes bevindt. Wanneer wit licht op deze structuur valt, wordt het licht verstrooid en opgesplitst in verschillende kleuren van het spectrum. Dit optische effect staat bekend als opalescentie.
De grootte van de silica-bolletjes bepaalt welke kleuren zichtbaar worden. Grotere bolletjes kunnen het volledige kleurenspectrum produceren, terwijl kleinere bolletjes vooral blauwe en groene tinten weergeven. Opaal met een dominante rode kleur is daarom uiterst zeldzaam, omdat deze alleen ontstaat wanneer het bestaat uit ‘grote’ silica bolletjes.

Er bestaan verschillende soorten opaal. Witte opalen zijn opgemaakt uit lichte kleuren tegen een bleke achtergrond. Zwarte opalen, die zeldzaam en zeer waardevol zijn, hebben een donkere basis waardoor de kleuren (intens rood tot groen, blauw en paars) extra sterk naar voren komen. Boulderopalen worden geslepen met een deel van het oorspronkelijke moedergesteente, meestal ijzersteen, nog aan de achterkant van de steen.

In Australië komt opaal vooral voor in zandsteen- en kleisteenafzettingen uit het Krijt tijdperk. Door langdurige verwering van deze sedimentaire gesteenten kwam silica vrij, die vervolgens in het grondwater werd opgenomen. Kleine breuken en scheuren in het gesteente fungeerden als kanalen waardoor dit silica water dieper in de bodem kon doordringen. Waar ondoordringbare gesteentelagen het grondwater tegenhielden, bleef het silica geconcentreerd achter. Daar veranderde het langzaam tot een gelachtige substantie die uiteindelijk kristalliseerde tot opaal.

Australië is bovendien uniek omdat hier ook gefossiliseerde planten en dieren in opaal zijn gevonden. Bij Lightning Ridge in New South Wales zijn kleine opaalversteende dinosauriërs en vroege zoogdieren ontdekt, samen met fossielen van mariene schelpdieren en kreeftachtigen. Een van de beroemdste voorbeelden is “Eric the Pliosaur”, een reptiel uit het Krijt dat bij Coober Pedy werd gevonden en tegenwoordig deel uitmaakt van de collectie van het Australian Museum. Niet alleen het skelet van dit dier is in opaal bewaard gebleven, maar zelfs de resten van zijn laatste vismaaltijd zijn door opaal vervangen. Ook opaalversteende visbotten en schelpdieren worden regelmatig in Coober Pedy aangetroffen.

Al in de oudheid werd deze bijzondere steen bewonderd. De Romeinse geleerde Pliny the Elder schreef in 75 n.Chr. dat sommige opalen een kleurenspel bezitten dat kan winnen van de rijkste pigmenten van schilders. Volgens hem verenigde de steen de kleuren van verschillende kostbare edelstenen: het rood van robijn, het groen van smaragd, het geel van topaas, het blauw van saffier en het paars van amethist. Plinius merkte bovendien op dat de waarde van opalen vaak werd bepaald door de smaak en voorkeuren van welgestelde vrouwen.

Door de eeuwen heen zijn aan opaal allerlei bijzondere eigenschappen toegeschreven. In Arabische legendes zou de steen uit de hemel vallen tijdens bliksemflitsen. In het oude Griekenland geloofde men dat opaal zijn drager het vermogen tot profetie kon geven en bescherming bood tegen ziekte. In Europa werd de steen lange tijd gezien als een symbool van hoop, zuiverheid en waarheid.
Tijdens de middeleeuwen stond opaal bekend als een steen die geluk bracht. In het begin van de negentiende eeuw veranderde dat beeld echter tijdelijk, nadat een populair verhaal verscheen over een betoverde prinses wier opaal van kleur veranderde afhankelijk van haar stemming. Toen enkele druppels water het magische vuur van de steen doofden, verloor zij haar leven. Dit verhaal droeg bij aan het bijgeloof dat opaal ongeluk kon brengen.

De ontdekking van grote opaal voorraden in Australië na 1850 herstelde de reputatie van de steen. Het land werd al snel verantwoordelijk voor ongeveer 95 procent van de wereldwijde opaal productie en leverde enkele van de mooiste exemplaren.
Een van de bekendste vondsten is de “Olympic Australis”, de grootste en meest waardevolle opaal ooit ontdekt. Deze steen werd in 1956 bij Coober Pedy gevonden, tijdens de Olympische Spelen in Melbourne. Hij meet ongeveer 28 centimeter in lengte en weegt ongeveer 17.000 karaat (ongeveer 7,6 kilogram). In 2005 werd zijn waarde geschat op circa 2,5 miljoen dollar.

Nadat wetenschappers in de jaren zestig ontdekten dat opaal uit een regelmatige structuur van silica-bolletjes bestaat, werd het mogelijk om deze structuur na te bootsen. In 1974 slaagden onderzoekers er voor het eerst in synthetische opaal te produceren.


Opaal is dus veel meer dan alleen mooie edelsteen. Het is een steen waarin natuur, wetenschap en geschiedenis samenkomen. Van de bijzondere manier waarop de steen ontstaat in de aarde tot de verhalen en symboliek die mensen er eeuwenlang aan hebben verbonden, opaal blijft een steen die blijft verrassen.
Misschien is dat ook precies wat opaal zo aantrekkelijk maakt in sieraden. Geen enkele steen is precies hetzelfde en bij iedere beweging van het licht lijkt er weer een nieuwe kleur te verschijnen. Dat maakt elk opaal sieraad niet alleen bijzonder om te zien, maar ook werkelijk uniek om te dragen!